Articles of Association
Below is the official Dutch version (statuten) and under that we have placed a non-official English translation of these Dutch Articles of Association.
Nederlands Statuten
OPRICHTING
Stichting Rwenzori Foundation
Op zevenentwintig juli tweeduizend zesentwintig verschenen voor mij, mr. Jeroen van der Weele, notaris te Lelystad:
1. mevrouw Johanna Willemien van Keulen, van wie de identiteit is vastgesteld aan de hand van een geldig legitimatiebewijs; en
2. de heer Nicola Serge Radovcic, van wie de identiteit is vastgesteld aan de hand van een geldig legitimatiebewijs, hierna, zo gezamenlijk als ieder afzonderlijk te noemen: de oprichter.
De verschenen personen verklaren bij deze akte een stichting op te richten en daarvoor de volgende statuten vast te stellen:
STATUTEN
Artikel 1 - Naam en zetel
1. De naam van de stichting is: Stichting Rwenzori Foundation.
2. De stichting is gevestigd in de gemeente Amstelveen.
Artikel 2 - Doel
1. De stichting heeft als doel: het wereldwijd bevorderen van duurzame bestaanszekerheid, gelijke kansen, sociale inclusie, zelfredzaamheid, economische zelfstandigheid en het lichamelijke, mentale en emotionele welzijn van personen en gemeenschappen die maatschappelijke, sociale of economische ondersteuning behoeven, ongeacht hun geslacht, gender, leeftijd, afkomst, nationaliteit, religie, levensovertuiging, achtergrond of woonplaats en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Tot dit doel behoort niet het doen van uitkeringen aan de oprichter of aan hen die deel uitmaken van organen van de stichting.
2. De stichting heeft geen winstoogmerk.
3. De stichting beoogt het algemeen nut.
4. De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door:
- het aanbieden, organiseren en ondersteunen van onderwijs, beroepsopleidingen, trainingen, coaching, begeleiding, mentorschap, studiebeurzen en andere onderwijs- en opleidingsmogelijkheden;
- het bevorderen van ondernemerschap, werkgelegenheid, economische zelfstandigheid en duurzame inkomens- en bestaansmogelijkheden;
- het initiëren, ontwikkelen, uitvoeren en ondersteunen van maatschappelijke, sociale, gezondheids-, welzijns-, landbouw-, voedselzekerheids-, duurzaamheids- en gemeenschapsprojecten, alsmede van voorzieningen en programma's die bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling van de stichting;
- het verstrekken van financiële, materiële en praktische ondersteuning, voorzieningen, apparatuur en diensten aan personen en gemeenschappen die behoren tot de doelgroep van de stichting, alsmede aan organisaties die een algemeen nuttig of daarmee overeenstemmend doel nastreven;
- het aangaan en bevorderen van samenwerking met lokale, nationale en internationale overheden, maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen, bedrijven en andere publieke en private partijen;
- het werven en beheren van fondsen, subsidies, giften, schenkingen, sponsoring, nalatenschappen en andere financiële of materiële middelen ter verwezenlijking van de doelstelling van de stichting;
- het vergroten van bewustwording, het delen en ontwikkelen van kennis, het stimuleren van samenwerking en het verrichten van alle overige activiteiten die rechtstreeks of zijdelings bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling van de stichting.
Artikel 3 - Bestuur: samenstelling, benoeming, beloning, ontslag
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit drie of meer natuurlijke personen. _____
Het bestuur stelt het aantal bestuurders vast. ____________________________
Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. _____________________
Het bestuur kan uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een _________
penningmeester aanwijzen. Eén bestuurder kan meer van deze functies ______
vervullen. ________________________________________________________
2. De bestuursleden worden benoemd door het bestuur. _____________________
Vacatures moeten binnen drie maanden na het ontstaan ervan worden vervuld.
3. Bestuursleden moeten voldoen aan de volgende vereisten: ________________
a. een bestuurslid is een natuurlijk persoon; ___________________________
b. een bestuurslid heeft het vrije beheer over diens vermogen. ____________
Ten hoogste de helft van het aantal bestuurders mag met een andere ________
bestuurder een familieband hebben. Onder familieband wordt verstaan bloed-
of aanverwantschap tot en met de vierde graad en de hoedanigheid van ______
echtgenoot of geregistreerd partner.
4. Bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd. ______________________
5. Alle bestuurders kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij ________
redelijkerwijs hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie. ____________
Het bestuur kan aan een of meer bestuurders vacatiegelden toekennen als ____
beloning. ________________________________________________________
De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. _________
6. Een bestuurder kan worden geschorst door de gezamenlijke overige _________
bestuurders, ten minste twee in getal. _________________________________
Na een schorsing roept het bestuur een nieuwe vergadering bijeen, die wordt __
gehouden binnen vier weken na de schorsing. In die vergadering wordt _______
besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of de __
betreffende bestuurder wordt ontslagen. Een schorsing kan in totaal nooit _____
langer dan drie maanden duren. ______________________________________
Als geen nieuwe vergadering wordt gehouden binnen de hiervoor vermelde vier
weken, als de schorsing niet wordt verlengd in die vergadering of als na verloop
van drie maanden geen besluit tot ontslag is genomen, vervalt de schorsing. ___
7. De bestuursfunctie eindigt: __________________________________________
a. door overlijden; _______________________________________________
b. door faillissement, door het op het bestuurslid van toepassing verklaren ___
van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat het ______
bestuurslid surseance van betaling verkrijgt; _________________________
c. door ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van het vermogen; ___
d. door vrijwillig aftreden; __________________________________________
e. door ontslag door de rechtbank; __________________________________
f. door ontslag gegeven door de overige bestuursleden. Dit is alleen mogelijk
als er ten minste twee andere bestuursleden zijn. _____________________
8. Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige _________
bestuurders, of is de enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur __
belast. __________________________________________________________
Bij belet of ontstentenis van alle bestuurders is een door het bestuur daartoe ___
voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het bestuur belast. ____
Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om _____
welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal _______
tweeënzeventig uur door de stichting of een medebestuurder geen contact met _
een bestuurder kan worden verkregen, met dien verstande dat het bestuur kan _
besluiten dat een andere periode van toepassing is. ______________________
Artikel 4 - Bestuur: bijeenroeping, vergaderingen, besluitvorming ___________
1. Iedere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te ______
roepen. _____________________________________________________
2. De bijeenroeping van de vergadering van het bestuur vindt schriftelijk plaats. Bij
deze bijeenroeping wordt opgegeven op welke dag de vergadering plaatsvindt, _
wat het aanvangstijdstip van de vergadering is en welke onderwerpen worden _
behandeld (agenda). De bijeenroeping vindt plaats met inachtneming van een _
termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de __
vergadering niet meegerekend. ___________________________________
De bestuurder die voor dit doel een adres aan de stichting bekend heeft ______
gemaakt, kan tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door __
een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en ________
reproduceerbaar bericht. ____________________________________________
3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen __
door degene die de vergadering bijeenroept. ____________________________
4. Als wordt gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan _
het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuurders in de _
vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn. _________________________
5. Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen __
om zich in de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch ______
vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht. __________________
Een bestuurder kan niet meer dan één medebestuurder in de vergadering _____
vertegenwoordigen. ________________________________________________
6. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem. _______
Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, _____
worden de besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van
de uitgebrachte stemmen. ___________________________________________
Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. ______________
7. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming als hij _
daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het
belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. _
Als hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan is de betreffende _
bestuurder toch bevoegd om deel te nemen aan beraadslagingen en de ______
besluitvorming en is het bestuur bevoegd het besluit op deze wijze te nemen. __
Het bestuur legt dan schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten ___
grondslag liggen. __________________________________________________
Artikel 5 - Bestuur: leiding van de vergaderingen, notulen, besluitvorming ____
buiten vergadering ___________________________________________________
1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid ______
voorziet de vergadering zelf in haar leiding. _____________________________
2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de
vergaderingen worden gehouden. ____________________________________
3. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de _________
vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend. _______________
Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd _____
gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het
uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan __
vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, _
als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een ___
stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen
de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. _____________________
4. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen _____
gehouden door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen _
persoon. ________________________________________________________
De notulen worden nadat zij zijn vastgesteld door de voorzitter en de notulist ___
van de vergadering ondertekend. _____________________________________
5. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, _
als alle bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen. Een besluit is dan _______
genomen als alle bestuurders zich vóór het voorstel hebben verklaard. _______
Onder een schriftelijke verklaring wordt mede begrepen een langs ___________
elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het _
adres dat het bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders ___
bekend heeft gemaakt. _____________________________________________
Artikel 6 - Bestuur: taken en bevoegdheden ______________________________
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. ___________________
Iedere bestuurder is tegenover de stichting verplicht tot een behoorlijke _______
vervulling van de hem opgedragen taak. _______________________________
Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van ____
alles met betrekking tot de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die _
voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te __
voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere ____________
gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat op ieder moment de _____
rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. ___________
Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere _________
gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren. _____________________
2. Het bestuur houdt een register bij waarin is opgenomen aan welke personen de
stichting een uitkering heeft gedaan. Het gaat hierbij om uitkeringen die niet ___
groter zijn dan vijfentwintig procent (25%) van het voor uitkering vatbare bedrag
in een bepaald boekjaar. In het register worden de namen en adressen _______
geregistreerd van de personen die een uitkering hebben ontvangen, de hoogte _
van de uitkering en de datum waarop de uitkering is gedaan. Deze verplichting _
staat in artikel 2:290 Burgerlijk Wetboek. _______________________________
3. Het bestuur mag de besluiten nemen in de zin van artikel 2:291 lid 2 Burgerlijk _
Wetboek. Dit betekent onder meer dat het mag besluiten een registergoed aan _
te kopen en zich mag borgstellen. ____________________________________
4. Erfstellingen mogen alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden _
aanvaard. _______________________________________________________
Artikel 7 - Bestuur: vertegenwoordiging _________________________________
1. Tot vertegenwoordiging van de stichting zijn bevoegd: ____________________
- het gehele bestuur samen; _______________________________________
- twee gezamenlijk handelende bestuurders. __________________________
Een individuele bestuurder kan de stichting niet vertegenwoordigen, tenzij het __
bestuur uit één bestuurder bestaat. ___________________________________
2. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende
volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als ___
afzonderlijk, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te __________
vertegenwoordigen. ________________________________________________
Artikel 8 - Boekjaar; verslaggeving ______________________________________
1. Het boekjaar loopt gelijk aan het kalenderjaar. ___________________________
2. Het bestuur moet elk jaar binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de __
balans en de staat van baten en lasten van de stichting (laten) opstellen. ______
De penningmeester zendt deze documenten vóór het einde van deze termijn __
aan alle medebestuursleden. ________________________________________
Het bestuur kan verplicht zijn ook een jaarrekening en een bestuursverslag te __
maken. Dit geldt voor bepaalde stichtingen die een onderneming hebben en ___
staat in artikel 2:300 Burgerlijk Wetboek. Als het bestuur verplicht is een ______
jaarrekening en jaarverslag te maken, dan wordt dit ter inzage gelegd op het ___
kantoor van de stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens. _
3. Het bestuur kan een accountant aanwijzen om de balans en de staat van baten
en lasten te onderzoeken. Dit staat in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek. ___
Deze accountant brengt over dit onderzoek verslag uit aan het bestuur met een
controleverklaring. Hierna kan het bestuur overgaan tot het vaststellen van de __
balans en de staat van baten en lasten. ________________________________
4. Binnen één maand nadat de balans en de staat van baten en lasten van de ___
stichting of de jaarrekening is opgemaakt, wordt deze vastgesteld door het ____
bestuur _________________________________________________________
Deze documenten worden ondertekend door alle bestuursleden. Als een ______
handtekening ontbreekt wordt de reden daarvan op het document vermeld. ____
5. De in lid 2 vermelde termijn kan door het bestuur worden verlengd met _______
maximaal vier maanden. Er moet dan sprake zijn van bijzondere ____________
omstandigheden. __________________________________________________
Artikel 9 - Reglementen _______________________________________________
1. Het bestuur kan een of meer reglementen vaststellen. In een reglement worden
regels vastgelegd die het bestuur nodig vindt voor de uitvoering van de _______
bestuurstaak. Een reglement mag niet in strijd zijn met de statuten of de wet. __
Het bestuur kan een reglement wijzigen en ook intrekken. __________________
2. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met datum vanaf wanneer het geldt.
Deze datum kan niet zijn gelegen vóór de datum waarop het besluit tot het ____
vaststellen van het reglement werd genomen. ___________________________
Artikel 10 - Statutenwijziging ___________________________________________
1. Het bestuur mag de statuten wijzigen. _________________________________
2. Het besluit tot statutenwijziging wordt genomen met een meerderheid van _____
minimaal twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin _
alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. ____________________
Is in de vergadering waarin een besluit tot statutenwijziging geagendeerd is het
minimale aantal bestuurders niet aanwezig of vertegenwoordigd, dan kan na ___
die vergadering een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen. Deze nieuwe _
vergadering vindt niet eerder plaats dan drie weken na de eerste vergadering, _
maar niet later dan zes weken na de eerste vergadering. In de nieuwe ________
vergadering kan het besluit tot statutenwijziging worden genomen met een ____
meerderheid van minimaal twee derde van de uitgebrachte stemmen, ongeacht
het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden. ________________
3. De woordelijke tekst waarmee de statuten gewijzigd zouden moeten worden, __
wordt bij de oproeping meegestuurd naar alle bestuursleden. _______________
De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval minimaal twee weken. ______
4. De statuten worden met een notariële akte gewijzigd. Een statutenwijziging ____
gaat in op het door het bestuur bepaalde moment. Dit moment ligt na het _____
ondertekenen van deze akte. De akte wordt door minimaal twee bestuursleden _
ondertekend. Als het bestuur uit één bestuurslid bestaat, dan wordt de akte ____
door dit ene bestuurslid getekend. ____________________________________
Het bestuur kan een of meer bestuursleden en/of anderen, zowel gezamenlijk __
als afzonderlijk, machtigen om de akte te ondertekenen. ___________________
Artikel 11 - Fusie; splitsing; omzetting ___________________________________
Als het bestuur een besluit wil nemen om de stichting te laten fuseren, te splitsen of _
in een andere rechtsvorm om te zetten, dan moeten naast de wettelijke regels ook __
de regels van het vorige artikel worden gevolgd. _____________________________
Artikel 12 - Ontbinding en vereffening ___________________________________
1. Het bestuur mag besluiten de stichting te ontbinden. Op dit besluit is wat er in __
artikel 10 is bepaald van toepassing. __________________________________
2. Het bestuur stelt bij het besluit tot ontbinding de bestemming vast van een ____
eventueel batig saldo. ______________________________________________
Een batig liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut ___
beogende instelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of _______
nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt maar indien het een culturele ___
instelling als bedoeld in artikel 1.d. van de Uitvoeringsregeling Algemene wet __
inzake rijksbelastingen 1994 betreft, ten behoeve van een algemeen nut ______
beogende instelling met een soortgelijke doelstelling of van een buitenlandse __
instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die
een soortgelijke doelstelling heeft. ____________________________________
3. Het bestuur moet het vermogen van de stichting vereffenen, tenzij er bij het ___
ontbindingsbesluit een of meer andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen. ____
SLOTVERKLARINGEN ________________________________________________
De verschenen personen verklaarden ten slotte: _____________________________
Eerste bestuur ______________________________________________________
In afwijking van artikel 3.1. bestaat het bestuur uit twee personen. _______________
Voor de eerste maal worden tot bestuurder benoemd: ________________________
1. genoemde mevrouw Johanna Willemien van Keulen, als voorzitter; en ________
2. genoemde heer Nicola Serge Radovcic, als secretaris en penningmeester. ____
Zo spoedig mogelijk na oprichting zal het bestuur zijn samengesteld conform de ____
statutaire vereisten.
Eerste boekjaar
Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op eenendertig december tweeduizend zesentwintig.
Adres
Het eerste adres van de stichting is: Amstelveen.
Bijlagen
Aan deze akte zijn geen stukken vastgemaakt.
SLOT AKTE
De verschenen personen zijn mij, notaris, bekend terwijl de identiteit van de verschenen personen door mij, notaris, is vastgesteld.
De verschenen personen en, voor zover die niet dezelfde zijn, de partijen, zijn door mij, notaris, in de gelegenheid gesteld tijdig van de inhoud van deze akte kennis te nemen.
Na mededeling van de zakelijke inhoud van deze akte aan de verschenen personenen toelichting daarop, heb ik, notaris, bovendien de gevolgen die uit deze akte voortvloeien aan de verschenen personen uiteengezet.
De verschenen personen hebben vervolgens verklaard van de inhoud van deze akte kennis te hebben genomen, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen. Daarna is deze akte onmiddellijk na beperkte voorlezing door de verschenen personen en mij, notaris ondertekend.
Waarvan akte verleden te Lelystad op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.
Articles of Association
English (un-official translation)
INCORPORATION
Stichting Rwenzori Foundation
On the twenty-seventh day of July two thousand and twenty-six, there appeared before me, Mr Jeroen van der
Weele, civil-law notary practising in Lelystad:
1. Ms Johanna Willemien van Keulen, whose identity was established on the basis of a valid identity document; and
2. Mr Nicola Serge Radovcic, whose identity was established on the basis of a valid identity document,
hereinafter, both jointly and each individually, referred to as: the founder.
The persons appearing declare by this deed that they establish a foundation and adopt the following articles of
association for that purpose:
ARTICLES OF ASSOCIATION
Article 1 - Name and registered office
1. The name of the foundation is: Stichting Rwenzori Foundation.
2. The foundation has its registered office in the municipality of Amstelveen.
Article 2 - Objects
1. The objects of the foundation are: to promote worldwide sustainable security of livelihood, equal opportunities,
social inclusion, self-reliance, economic independence and the physical, mental and emotional well-being of
persons and communities in need of societal, social or economic support, irrespective of their sex, gender,
age, origin, nationality, religion, belief, background or place of residence, and to perform all acts connected
with or conducive to the foregoing.
These objects do not include making distributions to the founder or to persons who form part of the
foundation's governing bodies.
2. The foundation does not seek to make a profit.
3. The foundation serves the public benefit.
4. The foundation seeks to achieve its objects, among other things, by:
- offering, organising and supporting education, vocational education, training, coaching, guidance,
mentoring, scholarships and other educational and training opportunities;
- promoting entrepreneurship, employment, economic independence and sustainable income and livelihood
opportunities;
- initiating, developing, implementing and supporting societal, social, health, welfare, agricultural,
food-security, sustainability and community projects, as well as facilities and programmes that contribute
to achieving the foundation's objects;
- providing financial, material and practical support, facilities, equipment and services to persons and
communities within the foundation's target group, as well as to organisations pursuing a public-benefit or
corresponding object;
- entering into and promoting cooperation with local, national and international authorities, civil-society
organisations, educational institutions, businesses and other public and private parties;
- raising and managing funds, subsidies, gifts, donations, sponsorship, legacies and other financial or
material resources for achieving the foundation's objects;
- raising awareness, sharing and developing knowledge, encouraging cooperation and carrying out all other
activities that contribute directly or indirectly to achieving the foundation's objects.
Article 3 - Board: composition, appointment, remuneration and dismissal
1. The board of the foundation consists of three or more natural persons. The board determines the number of
board members. An incomplete board retains its powers. The board may appoint from among its members a
chair, a secretary and a treasurer. One board member may perform more than one of these functions.
2. Board members are appointed by the board. Vacancies must be filled within three months after they arise.
3. Board members must meet the following requirements:
a. a board member is a natural person;
b. a board member has unrestricted control over their assets.
No more than half of the board members may have a family relationship with another board member. Family
relationship means relationship by blood or marriage up to and including the fourth degree and the status of
spouse or registered partner.
4. Board members are appointed for an indefinite period.
5. All board members may be reimbursed for expenses reasonably incurred in performing their duties. The board
may grant one or more board members an attendance fee as remuneration. Board members receive no
remuneration for their work.
6. A board member may be suspended by all the other board members acting jointly, provided there are at least
two.
Following a suspension, the board convenes a new meeting to be held within four weeks after the suspension.
At that meeting it is decided whether the suspension is lifted or extended, or whether the board member
concerned is dismissed. A suspension may never last longer than three months in total.
If no new meeting is held within the aforementioned four weeks, if the suspension is not extended at that
meeting, or if no dismissal resolution has been adopted after three months, the suspension lapses.
7. Membership of the board ends:
a. upon death;
b. upon bankruptcy, the application of the statutory debt restructuring scheme for natural persons to the board
member, or the granting of a suspension of payments to the board member;
c. upon placement under guardianship or administration of their assets;
d. upon voluntary resignation;
e. upon dismissal by the court;
f. upon dismissal by the other board members. This is possible only if there are at least two other board
members.
8. If one or more board members are unable to act or their office is vacant, the remaining board members, or the
sole remaining board member, are temporarily charged with managing the foundation.
If all board members are unable to act or their offices are vacant, a person designated by the board for an
indefinite period is temporarily charged with managing the foundation.
Inability to act includes in any event suspension and a situation in which, for any reason whatsoever, the
foundation or a fellow board member is unable to contact a board member for a continuous period of at least
seventy-two hours, provided that the board may resolve that another period applies.
Article 4 - Board: convening meetings, meetings and decision-making
1. Each board member is authorised to convene a meeting of the board.
2. A board meeting is convened in writing. The notice specifies the date and starting time of the meeting and the
matters to be discussed (agenda). Notice is given at least seven days in advance, excluding the day on which
notice is given and the day of the meeting.
A board member who has provided the foundation with an address for this purpose may be convened to board
meetings by a readable and reproducible message sent electronically to that address.
3. Board meetings are held at the place determined by the person convening the meeting.
4. If any provision of the preceding two paragraphs is contravened, the board may nevertheless adopt valid
resolutions if all board members are present or represented at the meeting.
5. A board member may grant another board member written authority to represent them at the meeting. An
electronically recorded authority is deemed to be written authority. A board member may not represent more
than one fellow board member at a meeting.
6. Each board member has one vote at board meetings. Unless these articles require a greater majority, board
resolutions are adopted by an absolute majority of the votes cast. If votes on a matter are tied, the proposal is
rejected.
7. A board member does not participate in deliberations and decision-making if they have a direct or indirect
personal interest that conflicts with the interests of the foundation and its affiliated enterprise or organisation. If
this prevents a board resolution from being adopted, the board member concerned is nevertheless authorised
to participate in the deliberations and decision-making and the board may adopt the resolution in this manner.
The board then records in writing the considerations underlying the resolution.
Article 5 - Board: conduct of meetings, minutes and decision-making outside meetings
1. The chair presides over board meetings. In the chair's absence, the meeting appoints its own chair.
2. The chair of the meeting determines the manner in which votes are taken at meetings.
3. The opinion pronounced at the meeting by its chair regarding the outcome of a vote is decisive. The same
applies to the content of a resolution adopted, insofar as the vote concerned a proposal not recorded in writing.
If the correctness of the chair's opinion is disputed immediately after it is pronounced, a new vote is taken if
requested by the majority of the meeting or, if the original vote was not taken by roll call or in writing, by any
person present and entitled to vote. This new vote cancels the legal consequences of the original vote.
4. Minutes of the proceedings at board meetings are kept by the person designated for that purpose by the chair
of the meeting. Once adopted, the minutes are signed by the chair and the minute-taker of the meeting.
5. The board may also adopt resolutions other than at a meeting if all board members cast their votes in writing.
A resolution is then adopted if all board members have voted in favour of the proposal. A written statement
includes a readable and reproducible message sent electronically to the address designated by the board for
this purpose and notified to all board members.
Article 6 - Board: duties and powers
1. The board is charged with managing the foundation. Each board member is obliged towards the foundation to
perform the duties assigned to them properly.
The board is obliged to keep records of the foundation's financial position and of everything relating to its
activities, in accordance with the requirements arising from those activities, and to retain the associated
books, documents and other data carriers in such a manner that the foundation's rights and obligations can
be ascertained at any time.
The board is obliged to retain the aforementioned books, documents and other data carriers for seven years.
2. The board keeps a register recording the persons to whom the foundation has made a distribution. This
concerns distributions not exceeding twenty-five per cent (25%) of the amount available for distribution in a
particular financial year. The register records the names and addresses of the recipients, the amount of the
distribution and the date on which it was made. This obligation is laid down in Article 2:290 of the Dutch Civil
Code.
3. The board may adopt resolutions within the meaning of Article 2:291 paragraph 2 of the Dutch Civil Code. This
means, among other things, that it may resolve to purchase registered property and may provide security or
guarantees.
4. Inheritances may be accepted only under the benefit of inventory.
Article 7 - Board: representation
1. The following are authorised to represent the foundation:
- the entire board acting jointly;
- two board members acting jointly.
An individual board member may not represent the foundation unless the board consists of one board
member.
2. The board may resolve to grant an incidental or continuing power of attorney to one or more board members
and/or other persons, acting jointly or separately, to represent the foundation within the limits of that power of
attorney.
Article 8 - Financial year; reporting
1. The financial year coincides with the calendar year.
2. Each year, within six months after the end of the financial year, the board must prepare or arrange for the
preparation of the foundation's balance sheet and statement of income and expenditure. The treasurer sends
these documents to all fellow board members before the end of that period.
The board may also be required to prepare annual accounts and a directors' report. This applies to certain
foundations operating an enterprise and is laid down in Article 2:300 of the Dutch Civil Code. If the board is
required to prepare annual accounts and a directors' report, these are made available for inspection at the
foundation's office together with the information required by law.
3. The board may appoint an auditor to examine the balance sheet and statement of income and expenditure.
This is laid down in Article 2:393 paragraph 1 of the Dutch Civil Code. The auditor reports to the board on this
examination and issues an auditor's report. The board may then adopt the balance sheet and statement of
income and expenditure.
4. Within one month after the foundation's balance sheet and statement of income and expenditure or annual
accounts have been prepared, they are adopted by the board. These documents are signed by all board
members. If a signature is missing, the reason is stated on the document.
5. The period referred to in paragraph 2 may be extended by the board by no more than four months if special
circumstances exist.
Article 9 - Regulations
1. The board may adopt one or more sets of regulations. Regulations lay down rules that the board considers
necessary for performing its management duties. Regulations may not conflict with these articles of
association or the law. The board may amend or withdraw regulations.
2. Regulations are recorded in writing and state the date from which they take effect. That date may not precede
the date on which the resolution adopting the regulations was passed.
Article 10 - Amendment of the articles of association
1. The board may amend the articles of association.
2. A resolution to amend the articles is adopted by a majority of at least two-thirds of the votes cast at a meeting
at which all board members are present or represented.
If the minimum number of board members is not present or represented at a meeting at which an amendment
is on the agenda, a new meeting may be convened after that meeting. The new meeting is held no earlier
than three weeks and no later than six weeks after the first meeting. At the new meeting, the resolution may
be adopted by a majority of at least two-thirds of the votes cast, irrespective of the number of board
members present or represented.
3. The verbatim text of the proposed amendment is sent to all board members with the notice convening the
meeting. In this case the notice period is at least two weeks.
4. The articles are amended by notarial deed. An amendment takes effect at the time determined by the board,
which must be after execution of that deed. The deed is signed by at least two board members. If the board
consists of one board member, the deed is signed by that sole board member.
The board may authorise one or more board members and/or other persons, acting jointly or separately, to
execute the deed.
Article 11 - Merger; demerger; conversion
If the board intends to resolve to merge or demerge the foundation or convert it into another legal form, the rules
in the preceding article must be followed in addition to the statutory rules.
Article 12 - Dissolution and liquidation
1. The board may resolve to dissolve the foundation. Article 10 applies to this resolution.
2. When adopting the dissolution resolution, the board determines the destination of any surplus balance.
Any surplus liquidation balance is applied for the benefit of a public-benefit organisation or a foreign
organisation whose purpose is exclusively or almost exclusively the public benefit; however, if the
foundation is a cultural organisation within the meaning of Article 1.d of the 1994 Implementing Regulation to
the State Taxes Act, it is applied for the benefit of a public-benefit organisation with a similar object or a
foreign organisation whose purpose is exclusively or almost exclusively the public benefit and which has a
similar object.
3. The board must liquidate the foundation's assets unless one or more other liquidators are appointed in the
dissolution resolution.
FINAL DECLARATIONS
Finally, the persons appearing declared as follows:
First board
Notwithstanding Article 3.1, the board consists of two persons.
The following are appointed as board members for the first time:
1. the aforementioned Ms Johanna Willemien van Keulen, as chair; and
2. the aforementioned Mr Nicola Serge Radovcic, as secretary and treasurer.
As soon as possible after incorporation, the board will be composed in accordance with the requirements of the
articles of association.
First financial year
The foundation's first financial year ends on the thirty-first day of December two thousand and twenty-six.
Address
The foundation's first address is: Amstelveen.
Attachments
No documents are attached to this deed.
END OF DEED
The persons appearing are known to me, civil-law notary, while their identities have been established by me,
civil-law notary.
The persons appearing and, insofar as they are not the same persons, the parties, were given the opportunity by
me, civil-law notary, to take timely note of the contents of this deed.
After communicating the substance of this deed to the persons appearing and explaining it, I, civil-law notary,
also explained to them the consequences arising from this deed.
The persons appearing then declared that they had taken note of the contents of this deed, agreed with them
and did not require the deed to be read out in full. Immediately thereafter, following a limited reading, this deed
was signed by the persons appearing and by me, civil-law notary.
This deed was executed in Lelystad on the date stated at its head.
